Transformatie van het Sociale Domein

Transformatie van het Sociale Domein

 

Een thuis en toekomst

Een verhaal van één van onze opbouwwerkers:

Kun jij hier iets mee?
F. van het gebiedsteam kwam bij me. “ik zit in mijn maag met N. een vluchteling. Hij is depressief, komt de deur niet uit en slaapt slecht vanwege zijn situatie. Ik weet niet wat ik er mee moet. Kun jij hier iets mee?

Gewoon beginnen
Ik heb met hem een afspraak gemaakt in onze locatie. Zijn ideaal was een mannengroep. Zijn vrouw komt wekelijks naar ons VrouwCentrum. Waarom is zoiets er niet voor mannen?
Dan beginnen wij een mannengroep, heb ik toen gezegd. De week daarna zijn we gewoon begonnen. We startten samen: N. en ik. De keer erna waren er 2, toen 4 en daarna elke keer meer. Hoe ze het te horen kregen, ik weet het niet. Maar ze kwamen gewoon en N. ging er helemaal voor. Hij vond het belangrijk dat er een sociale plek voor mannen was. Hij was er dus altijd.

Ontmoeten en ont-moeten
De eerste maanden stonden in het teken van ontmoeting. Elkaar ontmoeten, maar ook niets moeten. De mannen waren wat aan het biljarten of tafeltennissen. Zo leerden we elkaar wat beter kennen.
Deze ontmoeting heeft al veel betekend. Er ontstond vertrouwen. De groep werd een veilige omgeving, een vertrekpunt voor stappen in het onbekende. Mannen zochten elkaar op buiten de bijeenkomsten om. Mannen durfden samen de stap te ondernemen om ergens naar toe te gaan. Zo waren er twee mannen die samen naar een recreanten volleybal club gingen. Ik heb één van de mannen gevraagd om mee te helpen op de tuinendag in de Noorderhoek. Stipt 09.00 uur was hij er!

De mens achter de vluchteling
Eén van de mannen, een tandheelkundige, durfde het aan om een verhaal over zijn leven in Afghanistan in het Nederlands te durven vertellen. Een verhaal van maar liefst 3 kwartier, geïllustreerd door foto’s via een powerpointpresentatie.
Een andere deelnemer van de mannengroep komt uit Irak en is bouwkundig engineer. Het huis in zijn land van herkomst is een groot huis met wel vier badkamers, zo vertelde hij . Hij sprak vol trots over alle materialen die hij gebruikt had. Dan ga jij je realiseren, wat die man allemaal heeft achter gelaten. Je vraagt je af: wat moet de vlucht naar Nederland wel niet voor deze man betekenen? Paul , vrijwilliger, op de mannengroep, zelf inwoner van de Noorderhoek werd geraakt door zijn verhaal. In de Noorderhoek is een AZC en in de wijk bestaan allerlei beelden over vluchtelingen. Nu zag hij een mens in plaats van een vluchteling. Ik ga hem vragen of hij dit verhaal ook bij ons in de wijk wil vertellen, beloofde Paul.

Tijd voor een vervolgstap
Op een gegeven moment kwamen we op een punt waar we zeiden: “En nu?” Het was tijd voor een vervolgstap. Ik ben superblij dat onze vrijwilligster Danielle toen in beeld kwam. Ik heb haar bij een andere ontmoeting in de wijk verteld over de mannengroep. Zij was al actief bij vluchtelingenwerk, en was meteen enthousiast over de mannengroep. Zij heeft gezorgd dat er structuur in de bijeenkomsten kwam doordat zij structureel Nederlandse taal les is gaan geven. Daarna hebben we besloten dat er een bepaalde opbouw in de bijeenkomsten zou moeten komen: een halfuurtje inloop, een rondje keek op de week en daarna aan de slag met “kies je route”.
Die structuur deed de mannen goed. De inloop maakte dat ze op tijd binnen kwamen. Daarvoor namen ze het niet zo nauw met de tijd. Het rondje hoogte en dieptepunten van de week gaf ruimte om hun hart te luchten. Onderwerpen die aan de orde kwamen zijn: een ruzie thuis, gedoe om een paspoort te krijgen, spanning over de toekenning van de status. Op deze manier zorg je dat mensen op verhaal komen en zich gehoord en gezien voelen. Bovendien is het rondje een prachtige manier om te oefenen met het spreken van de Nederlandse taal. Zo kwamen ook de verschillende niveaus in taal naar boven. Veel van de mannen durven geen contact te maken met hun buren, omdat ze niet goed uit de voeten kunnen met Nederlands in alledaagse situaties.

Ambities? Kies je route!
Wat ons opviel in alle verhalen van mannen was hun ambitie een toekomst in Nederland op te bouwen. Het vinden van werk, liefst goed betaald en op hun eigen niveau stond hoog op hun lijst. Begrijp me goed: een aantal van de mannen is hoog opgeleid. Vraag is wel hoe realistisch hun idealen zijn. Nederlands kunnen spreken is een eerste vereiste. Toen is Paul op zoek gegaan naar een manier om stap voor stap te werken aan toekomstperspectief. Hij kwam uit bij de methode Kies je Route, ontwikkeld door de Universiteit van Amsterdam. De methode bestaat uit zes groepsbijeenkomsten, van kennismaken en vertellen over je eigen achtergrond tot en met de focus verleggen op het hier en nu, waarbij de eerst stappen worden gezet richting activiteiten in de Nederlandse samenleving. De mannen hebben inmiddels hun eigen c.v. geschreven. Het idee is dat ze een portfolio gaan maken, met sollicitatiebrieven. Er ontstaat energie. Paul is heel intens bezig met lesgeven. Hij vertelt het overal verder en hij mist de mannen als ie een keertje niet geweest is.

Kantelpunt
Wat in mijn ogen echt de boel deed kantelen, was het integratiediner. Samen met Vluchtelingenwerk, de kerken, de middelbare school, Amnesty International, de Internationale Schakel Klas en Timpaan Welzijn hebben we 13 oktober 2016 op 7 verschillende plaatsen in de gemeente een integratiediner georganiseerd. Een diner waarbij Nederlandse en vluchtelingengezinnen elkaar konden ontmoeten. We hebben de mannen gevraagd om te helpen in de voorbereiding van dit diner. Ze zijn er vol voor gegaan. Er waren alleen al in Poort 20, een van de 7 locaties, meer dan 100 bezoekers! En je zag ze stralen op de avond. Waarom? Het is bijzonder in zijn eenvoud. Die avond en in de aanloop van de avond konden zij iets van zichzelf laten zien. Ze konden hun kwaliteiten laten zien. Als ze iets kunnen doen, dan staan ze er gelijk. Doet de beamer het niet? Ik regel het wel even. Ze konden eten uit hun eigen land delen met anderen. Ze konden vrouw en kinderen meenemen. Ze hebben het er nog steeds over. Op deze avond hebben ze iets betekend voor anderen. Ze kunnen terug kijken op iets dat leuk en waardevol is. Een lichtpuntje in een levensverhaal dat lange tijd vooral uit dieptepunten bestaat.

Eigenaarschap
Meer en meer zien we nu eigenaarschap bij mannen ontstaan. Ze ondernemen initiatieven en wij stimuleren hen om hun ideeën vorm te geven. Zo lijkt het hen leuk om samen een dagje uit te gaan. “Goed idee”, zeggen we dan. Hoe kunnen en willen jullie dat regelen? Al pratend kwamen ze erop uit dat ze tijdens het open huis op 16 maart in de week van Zorg en Welzijn eigengemaakte spullen willen verkopen. Met de opbrengst daarvan kan het uitje betaald worden.
Jammer genoeg zal N. daar niet bij aanwezig zijn. Voor hem dreigt het gevaar dat de IND hem oppakt en het land uitzet. Voor hem zal het nog wel even duren voordat Nederland een thuis en toekomst wordt.

Doen wat nodig is
In het verleden heb ik gewerkt met AMA’s, minderjarige asielzoekers. Met de mannengroep ben ik terug op het oude nest. Ik vind het geweldig om echt iets te kunnen betekenen voor deze mannen. Hun iets geven waar ze naar uit kunnen kijken, Hen helpen stappen te maken op de participatieladder. Daarin steeds zoeken naar nieuwe wegen. Laatst sprak ik iemand die een uitzendbureau heeft en die hoogopgeleide vluchtelingen aan werk helpt. Haar zal ik binnenkort uitnodigen bij de groep. Zij kan vanuit een heel ander perspectief iets vertellen over startkwalificaties in Nederland.

Doen wat werkt!
Wat volgens ons werkt in integratie en participatie van vluchtelingen is:
• PRESENTIE. Er zijn, aansluiten, aansluiten, aansluiten, zodat je een vertrouwde omgeving creëert waardoor de mannen zich veilig voelen en waardoor hun zelfvertrouwen kan groeien;
• Creëren van een plek voor ont-moeting, waar mensen zich gehoord, gezien, gewaardeerd voelen. Een familiegevoel, waar je onderdeel van een groter geheel bent;
• Mensen daar de gelegenheid geven om op verhaal te komen, waardoor een basis voor groei en perspectief ontstaat;
• Oefenen met Nederlands spreken in alledaagse situaties: een praatje met de buren of met teamgenoten na de voetbalwedstrijd. Aan de huisarts kunnen vertellen waar je pijn hebt. Een tien minutengesprek voeren met de leerkracht van school. Een werkgever duidelijk maken dat jij de persoon bent die hij zoekt.
• Mensen de gelegenheid geven om positieve ervaringen op te doen. Lichtpuntjes in een levensverhaal geven energie krijgen om initiatieven te nemen richting toekomst.

Bijdrage Timpaan Welzijn aan transformatie van het Sociale Domein

1. Van individueel naar collectief
Deze mannen waren uit balans geraakt. Hun draaglast was groter dan hun draagkracht, daardoor hadden zij geen regie meer over hun eigen leven. Sociaal contact, sociaal actief zijn en kunnen terugvallen op een sociaal netwerk is een belangrijke draagkracht vergrotende factor. Samen staan de mannen sterk. Samen maken ze stappen vooruit, hun zelfvertrouwen groeit, de eerst stappen richting Nederlanders kunnen ze samen maken. Bijvoorbeeld richting volleybalclub.

2. Van aanbodgestuurd naar vraaggestuurd
We hebben gekeken naar de vraag achter de vraag. Achter de vraag van N. naar een mannengroep zit de behoefte om in Nederland een thuis en een toekomst te vinden.

3. Van systeemwereld naar leefwereld
Deze mannen lopen vast in de wereld van wetten en regels. Het voorbeeld van N. laat zien dat ze daar letterlijk ziek van worden. Net als iedereen willen deze mannen meedoen, erbij horen en van betekenis zijn voor de samenleving. De mannengroep sluit aan op deze behoefte.

4. Van curatief naar preventief
N. was depressief en sliep slecht. De mannengroep houdt hem en mannen in een vergelijkbare situatie uit de zorg. Doordat er in elk geval één middag in de week een gezamenlijke activiteit is voor de mannen kunnen ze daar ook naar uitkijken. Dat doen ze ook. Het biedt hen structuur, ook al is het maar een keer per week. Als gevolg daarvan zien ze elkaar vaker in de week zo hebben ze ons verteld. Door de ‘keek op de week’ hoor je wat hen bezig houdt en waar problemen zitten. Hier kan dan op geanticipeerd worden. Met N. ben ik bijvoorbeeld naar vluchtelingenwerk geweest om het één ander in gang te zetten omtrent zijn procedure.



Een goede buur…

Een verhaal van één van onze opbouwwerkers:
Kun jij hier iets mee?
In december 2015 kwam J. het van Gebiedsteam  naar me toe. Jij zit toch ook in de Noorderhoek? Ik heb contact met een aantal zorgvragers in de Furmerusflat. Het lijkt alsof mensen elkaar daar niet kennen. Deze mensen durven de buren niet te vragen om hulp, bijvoorbeeld of ze de container naar buiten willen brengen. We zouden graag zien dat mensen elkaar wat meer gaan helpen. Kun jij hier iets mee?

Hoe zullen we dit eens aan de vork prikken?
Hoe zullen we dit eens aan de vork prikken, vroeg ik me af. Wie kunnen helpen bij de oplossing, is het credo van een opbouwwerker. Zo kwam ik uit bij de woningcorporatie. Met woningcorporatie Accolade hebben we al jaren een prettige, elkaar aanvullende en versterkende samenwerking. Zij hebben via hun huismeester eigen ingangen bij bewoners; zij hebben een bewonersvereniging. Zij hebben hun eigen kijk op bewoners. Het eerste wat Luuk van der Wal vroeg, was “Is dat wel zo? Kennen bewoners elkaar niet? Om hoeveel mensen die niemand kennen, gaat het dan?”Volgens J. ging het om 5 bewoners. “Zullen we eens samen in kaart brengen hoe het staat met de onderlinge contacten”, zeiden Luuk en ik tegen elkaar.

Een dingetje
Nou is het in kaart brengen van de onderlinge contacten van 198 flat bewoners wel even een dingetje. Hoe zorgen we dat we de goede dingen doen en die goed doen? Wat is handig? Hoe laten we bewoners weten dat we langs komen? Hoe kom je goed in gesprek, wat zijn goede vragen? Wanneer is het beste tijdstip om langs de deuren te gaan? Hoe bemensen we deze actie? Hoe verwerken we de veelheid aan verkregen informatie? Hoe willen we die informatie weer terug geven aan bewoners? Waar doen we dat? Hoe zorgen we dan voor eigenaarschap van bewoners? Al met al vroeg het de nodige aanlooptijd. Mijn manager heeft wel eens gevraagd, hoe lang het nog ging duren…

Dreamteam gaat deurtje bellen
Maar we hebben het voor elkaar gekregen. Gelukkig kon ik daarover sparren met mijn collega Sandra. We hebben een team van 10 mensen opgetrommeld, die op enigerlei wijze betrokken zijn bij de Noorderhoek. J. van het Gebiedsteam, Luuk en zijn collega’s Esther en de huismeester , mijn collega’s Zora, Gerda, Sandra, Rennie, Schuscha, onze stagiaire Anneke. De twee laatste donderdagavonden in september 2016 gingen we deurtje bellen, van 18.30u tot 20.30 uur. Onderschat het niet, dat is enerverend. Soms kregen we moeilijke of ontwijkende reacties. Soms werden we binnen uitgenodigd en vertelden bewoners hele verhalen. Uiteindelijk hebben we maar liefst 96 van de 198 bewoners gesproken.

Kantelpunt
Kantelpunt in het hele gebeuren was naar mijn mening de keuzes die we gemaakt hebben over de presentatie van de uitkomsten. Daarin heb ik mijn ideeën wel doorgezet. Die presentatie doen we zo snel mogelijk, niet in het wijkgebouw, zelfs al is het winter. We moeten het fysiek dichtbij houden, anders zijn we bewoners kwijt. We doen het zo laagdrempelig mogelijk. We hebben A gezegd, nu gaan we ook B zeggen.
Uiteindelijk zijn we uitgekomen op een grote tent op het parkeerterrein van de flat. Iedereen werd enthousiast over dat idee. Er ontstond energie.
Het werd een tent met verwarming, want het kan fris zijn in november! Rond 17.00u verwelkomden we de bewoners met soep en broodjes. We deelden de uitkomsten van het deurtje bellen. Het bleek dat mensen elkaar wel degelijk kennen. Bewoners houden alleenstaande of oudere bewoners in de gaten. Bewoners hebben oog voor vluchtelingen in de flat: “We weten niet goed wat we met hen aan moeten, ze spreken geen Nederlands”. We gaven mensen de ruimte om stoom af te blazen en hun grieven te ventileren. Dan gaat het over zaken als overlast, burengerucht, vuilnis dat over het balkon naar beneden wordt gegooid. Daarna kwam er ruimte om bewoners te vragen aan welke van de onderwerpen, naast de problemen die ze hadden benoemd, ze mee wilden doen.
Doen wat nodig is
Bewoners vonden het fantastisch dat wij daar met een tent stonden. En ja: zoiets vraagt ook iets van jou als beroepskracht, je moet wel uit je comfort zone. Maar het moet! Als je iets van bewoners wilt, dan moet je ook laten zien dat het je menens is. Anders is het niet echt. Op de tweede bijeenkomst bespeurde ik bij bewoners een houding van “Accolade is een autoriteit, die gaat de dingen wel voor ons oplossen. Nee, zeg ik dan. Zo gaan we het niet doen. Vertel eens, waar irriteer jij je het meeste aan? Dan gaan we daar mee aan de slag. Hoe kan en wil je dat aanpakken? Omdat wij van Timpaan Welzijn voor bewoners geen autoriteit zijn, kan ik bewoners aanspreken op hun eigenaarschap. Aan de andere kant kan Luuk mij corrigeren als ik de neiging heb om met “Dit gaat niet werken” te reageren op ideeën van bewoners.

Doen wat werkt:
• Aansluiten bij de energie die er is. Er zijn altijd en overal een aantal mensen die wel iets samen willen doen. Anderen willen/zullen aansluiten bij die energie. Inmiddels zijn er in de Furmerusflat een aantal groepsapps gemaakt. Het wijkplatform gaat een project trekken om samen met bewoners aan de slag te gaan met het zwerfvuil dat over de balkons gegooid wordt;
• Ontdekken, hoe je als organisaties en personen elkaar kunt aanvullen en versterken. Maak gebruik van de hulpbronnen die de organisaties hebben (contacten, netwerk, kennis, geld, middelen) De huismeester van Accolade weet veel van bewoners. De jongerenwerker van Timpaan Welzijn gaat met hangjongeren op bezoek in het AZC. Maak gebruik van kwaliteiten van medewerkers – de ene medewerker kan een inspirerend en activerend verhaal vertellen. De ander is een kei in geduldig luisteren naar bewoners.

Bijdrage Timpaan Welzijn aan transformatie van het Sociale Domein

1. Van individueel naar collectief
Mensen zijn altijd onderdeel van een groter geheel. Van een vriendengroep, van een groep collega’s. En in dit geval: van een groep medebewoners. Hoe kun je in een flat een individueel probleem collectief maken en collectief oplossen? Er een collectief arrangement van maken?

2. Van aanbodgestuurd naar vraaggestuurd
We hebben gekeken naar de vraag achter de vraag. We hebben door de ogen van bewoners gekeken naar het vraagstuk sociale relaties in een flat. Hoe beleven bewoners die relaties? Wat gaat goed, wat kan beter, waar liggen behoeften?

3. Van systeemwereld naar leefwereld
We waren letterlijk en figuurlijk dichtbij bewoners. Letterlijk: er op af! We hebben bewoners thuis opgezocht. . We hebben de presentatie van de uitkomsten op het terrein naast de flat gedaan. Figuurlijk: en op tijdstippen dat bewoners thuis zijn. We hebben vragen opgesteld die dichtbij de belevingswereld van bewoners stonden Met soep en broodje hebben rekening gehouden met het avondeten. We hebben getracht letterlijk aan te sluiten bij de leefwereld van de bewoners. Dat werd door de bewoners gewaardeerd.

4. Van curatief naar preventief
Als mensen elkaar kennen, zullen ze elkaar bijstaan. Met zaken als de container buiten zetten, op elkaar letten. Bovendien durven ze elkaar dan eerder aan te spreken op bijvoorbeeld burengeluid. Dit werkt de-escalerend. Stress wordt op voorhand verminderd en er hoeft geen politie bij te komen.



Een andere bril…

Een verhaal van één van onze jongerenwerkers

Kun jij hier iets mee?
Begin 2016 startte een  pilot en sloot ik aan bij het gebiedsteam. Ik kwam in hetzelfde gebouw te zitten als de medewerkers van het gebiedsteam en schoof aan bij de casuïstiek besprekingen. Eén van de signalen van gebiedsteam medewerkers in de casuïstiekbespreking was, dat jongeren in B. veel alcohol en drugs gebruiken. ” Kun jij hier wat mee?”vroegen ze me.

Anders kijken
Vanuit mijn jarenlange ervaring als jongerenwerkers wist ik: ik moet het niet alleen in het individuele zoeken. Natuurlijk: Jongeren experimenteren met alcohol en drugs. Experimenteergedrag is typerend voor de leeftijdsfase 13-23 jaar. Maar er is meer. Jongeren zijn onderdeel van een gezin. Juist in deze leeftijdsfase maken zij zich los van hun ouders en wordt de grip en toezicht van ouders losser. De invloed van de vriendengroep wordt groter. Groepsdruk kan maken dat jongeren geen “nee” durven zeggen tegen genotsmiddelen. Jongeren blijven niet in de buurt waar ze wonen; de stad is hun leefwereld. Typerend voor de stad B. is dat er sprake is van generatie lang middelengebruik. Dat gaat nog terug naar de cultuur van de voormalige Zuivelschool.
Ik wist dus: “In mijn eentje kan ik dit vraagstuk niet oplossen”. Daarom ging ik op zoek naar partners.

Ouders met handen in het haar
Samen met een medewerker van het Gebiedsteam, handhaving of politie bezocht ik ouders van jongeren die op straat in aanraking kwamen met genotsmiddelen of overlast veroorzaakten . “Weten jullie dat je kind deel uit maakt van een groep jongeren die middelen gebruikt en vandalisme pleegt?” , vroegen we. Soms bleek dat wel, soms niet het geval. Sommige ouders zaten met de handen in het haar. “Verbieden werkt niet, maar wat werkt wel? Heb jij slimme tips?”
Weerbaar worden
Naast experimenteren met genotsmiddelen is er ook een grote categorie jongeren die gaan gebruiken om bij de groep te horen. experimenteren is op zich niet zo erg (komt vaak wel goed) maar als het doel is “er bij horen” is het lastiger te doorbreken. Daarom hebben we gekeken hoe je op leuke manier groepsdruk en middelengebruik bespreekbaar kunt maken onder jongeren en hun ouders. Theater Smoar had met theater stuk : de La Noya”een voorstelling die hier perfect bij aansloot. Hieraan hebben we een ouderavond gekoppeld in het jongerencentrum waarbij een medewerker van VNN aanwezig was.

Voorkómen
Een groot deel van de dag zitten jongeren op school. De school is een plek waar al in een vroeg stadium gesignaleerd kan worden, dat er iets aan de hand is met jongeren. De school is ook een plek waar in de lessen aandacht besteed kan worden aan verantwoord middelen gebruik. Daarom zocht ik contact met het Marne college. ” Kan ik eens aansluiten bij het IZO? Samen kunnen we meer doen. Jullie school is voor mij een belangrijke vindplek. En ik kan jullie vertellen over wat er leeft en speelt in de leefwereld van jongeren.
Middelengebruik kan maken dat jongeren in aanraking komen met de politie en justitie. In het gezamenlijk plan dat geschreven is met de buurtsportcoach en de gemeente, is opgenomen dat de de wijkagent op school komt om te vertellen over zaken als: wat is heling, wat is vandalisme, wat gebeurt er als je de wet overschrijdt?

Doen wat werkt
• Erop af! Ga naar de leefwereld van jongeren. Die bestaat uit thuis, vrije tijd en school.
• Verbieden werkt niet bij jongeren. Het bijzondere van een voorstelling is dat je via een omweg werkt aan bewustwording. Het gaat over anderen, maar in heel herkenbare situaties. Er zit humor in.
• Werk integraal. Middelengebruik is een vraagstuk dat niet door één instelling kan worden opgelost. Daarom is het belangrijk om samen te werken met personen en organisaties die een bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van het vraagstuk. Ik maak slim gebruik van de bronnen waarover verschillende organisatie beschikken om mijn doelen te realiseren. Welzijn werkt resultaatgericht. Wijzelf hebben contacten, weten jongeren te vinden. De buurtsportcoach gebruikt sport om jongeren letterlijk en figuurlijk in beweging te krijgen , de VNN heeft kennis over verslavingen, de GGD adviseert jongeren over gezondheid. Door de krachten te bundelen, krijg je meer voor elkaar: 1+1=3.
Bijdrage Timpaan Welzijn aan transformatie van het Sociale Domein

1. Van individueel naar collectief
Hulpverlening is vaak individueel gericht. Ik denk en doe vanuit een netwerkblik. Met wie hebben jongeren relaties? Wat kunnen bijvoorbeeld ouders en vrienden betekenen voor de oplossing van dit vraagstuk? Wie vinden het belangrijk dat het goed met jongeren gaat? Als jongerenwerker bundel ik signalen die binnenkomen en zet vanuit die signalen een collectieve actie uit.

2. Van aanbodgestuurd naar vraaggestuurd
Een aanbod is prachtig maar sluit niet altijd aan bij de behoefte die jongeren/ouders hebben. Daarom werk ik vraaggestuurd. Door te signaleren wat er bij jongeren actueel is kan je daarop inspelen en heb je meer draagvlak vanuit de jongere. Soms, omdat een onderwerp “moeilijk”kan zijn duurt het even voordat het leeft onder de doelgroep. In Bolsward merk ik pas aan het eind van het jaar onder jongeren dat ze blij zijn met de aanpak die gekozen is, dat er in hun belang drugs is laten testen bij VNN en dat dat onder andere de reden is dat ze die drugs niet meer gebruiken.
3. Van systeemwereld naar leefwereld
Ik ben letterlijk en figuurlijk dichtbij de leefwereld van jongeren. Welzijn gaat Erop Af! Contact leggen is de basis van mijn werk. Daarom wil ik zichtbaar zijn; daar zijn waar jongeren zijn. De leefwereld van jongeren is op straat, op school, in de stad. Voor gebiedsteam medewerkers is dat minder gebruikelijk. Ik begrijp dat de deur van het gebiedsteam om veiligheidsredenen op slot zit. In zorg en hulpverlening heb je te maken met problemen en dat leidt soms tot een agressieve benadering van inwoners. Preventie, voorkómen van problemen , betekent dat mijn deur altijd open staat voor jongeren. Van curatief naar preventief.

4. Van curatief naar preventief
We werken aan weerbaarheid, dus leren nee zeggen en grenzen aangeven, we zijn aanwezig op school, we bezoeken ouders thuis om het gesprek aan te gaan over hun kind etc. Door preventief te werken verhoog je zelfredzaamheid en de samenredzaamheid.